Cliënt of conscience: dilemma’s van de Nederlandse topadvocatuur in oorlogstijd
Cliënt of conscience: dilemma’s van de Nederlandse topadvocatuur in oorlogstijd
Wie het nieuws volgt, ziet dat de wereld in hoog tempo verandert. Terwijl de oorlog in Oekraïne al sinds begin 2022 voortduurt, is de aandacht van het publiek verplaatst naar het Midden-Oosten. Er kan worden gesteld dat de internationale verhoudingen sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog fundamenteel zijn veranderd.
Deze veranderende wereldorde roept prangende vragen op. Eén daarvan is hoe er moet worden omgegaan met landen die als agressor worden beschouwd. Neem Iran: een land waar wij als Europa in bepaalde opzichten afhankelijk van zijn. Ons morele kompas zegt wellicht dat we geen zaken meer moeten doen met Iran, maar hoe houden we onze huizen dan warm komende winter? Een vergelijkbare discussie speelde na de Russische inval in Oekraïne en blijft het publieke debat domineren.
Ook binnen de advocatuur, met name op de Zuidas, leidt dit tot dilemma’s. Daags na de inval werden al zorgen geuit over de reputatie van de sector en haar Russische connecties (1). Het vraagstuk is of dienstverlening aan Rusland nog wel te verantwoorden is. Voor 20 Nederlandse advocatenkantoren was het antwoord in 2022 helder: kleur bekennen en de banden met Russische cliënten opzeggen. Wat betekent dit voor de toekomst nu de wereld zo aan het veranderen is?
Voormalig Minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) riep in 2022 op om sancties in te stellen tegen grote trustkantoren omdat zij de Russische zaak zouden kunnen helpen (2). Evert-Jan Henrichs, de Amsterdamse toezichthouder op de advocatuur, riep ook al eerder op dat kantoren waakzaam moeten zijn wanneer ze zaken doen met Russische cliënten (3). Volgens hem zouden de Russen sancties willen omzeilen en hierbij een beroep doen op Nederlandse juridische expertise (4). Naast dat dit een gewetensvraag betreft, speelt ook een juridische component. Het omzeilen van sancties is volgens artikel 7.3., tweede lid van de Verordening op de advocatuur namelijk een dienstverlening die niet is toegestaan.
De dilemma’s rondom het aanvaarden van morele verantwoordelijkheid brengen advocatenkantoren in een lastige positie. Een advocaat is in principe altijd partijdig: het belang van de cliënt staat op de eerste plaats. In het strafrecht is een en ander relatief eenvoudig: ook een moordenaar heeft immers recht op juridische bijstand. Vanuit de democratische rechtstaat is een moordenaar verdedigen niet moreel onrechtvaardig te noemen: juridische hulp is in wezen een moreel recht. Het verschil met het hiervoor besproken voorbeeld, ontleend aan het strafrecht, is dat het bijstaan van Russische cliënten mogelijk verstrekkende gevolgen heeft. Waarbij strafrechtelijke bijstand betrekking heeft op de rechtsbijstand van een individu, kan het omzeilen van sancties al dan niet indirect bijdragen aan de instandhouding van de financiële stromen die de oorlog financieren. Is het facilteren van deze geldstromen moreel verwerpelijk? Wie bijdraagt aan een moreel kwaad, waar zijn bijdrage verschil maakt, kan in principe verantwoordelijk gehouden worden. Juist dat onderscheid maakt dat de morele en juridische afweging in deze context complexer en minder eenduidig is.
De vervolgvraag is waar de grens ligt van de verantwoordelijkheid van de Nederlandse advocatenkantoren. In hoeverre mag van hen verwacht worden dat zij verder kijken dan de formele rechtmatigheid van het werk dat zij verrichten? De Verordening op de advocatuur en andere tuchtrechtelijke regels bieden richting, maar laten vooral ook interpretatieruimte (5). Juist daar ontstaat spanning. Bij ‘te’ strenge regels van de Orde van Advocaten speelt bovendien het risico van een zogenaamd ‘chilling effect’, waarbij kantoren uit voorzichtigheid geen zaken doen met bepaalde cliënten, wat de toegang tot het recht kan beperken. Bovendien is moraal verschillend en persoonlijk: net zoals er strafrechtadvocaten zijn die uit principe geen verkrachters of zedendelinquenten willen verdedigen, zijn de afwegingen die andere advocaten maken in grote mate ingegeven door hun eigen overtuigingen. Tegelijkertijd kan een al te formele visie op het recht, zonder veel oog voor ‘rechtvaardigheid’ in de brede zin van het woord, het vertrouwen in de rechtsstaat schaden.
Het voorbeeld van de advocatenkantoren die Russische geldstromen financieren, roept een aantal vragen op over verantwoordelijkheid. Kennelijk is het gedrag van de advocaten niet verboden (daar waar het geen overduidelijke overtreding van de sancties betreft). Is Russisch geld faciliteren wel moreel verwerpelijk? Als de bijdrage van een advocaat het verschil maakt, en we aannemen dat het voeren van een offensieve oorlog slecht is, lijkt dit het geval: wellicht is er in dit geval zelfs sprake van een mate van medeplichtigheid. (6) Aan de andere kant heeft een ieder, net zoals de verkrachter, recht op juridische bijstand.
Deze vragen spelen zich echter op verschillende niveaus af: dat van het individu, en dat van de rechtsstaat als geheel. In 1946 onderscheidde de Duitse filosoof Karl Jaspers al verschillende niveaus van verantwoordelijkheid: crimineel-juridisch, politieke, morele en metafysische schuld. (7) Individuele schuld, zo betoogde hij, is niet van buiten te sturen: dat moet uit het eigen geweten komen. Er moet dus een balans gevonden worden; wat kan de samenleving eisen van een individuele advocaat, een advocatenkantoor of de advocatuur als instituut? Bij wie ligt de bal: de advocatuur, of bij de brede samenleving die zich sterk hierover uitspreekt?
De veranderende wereldorde maakt duidelijk dat de rol van de Nederlandse topadvocatuur niet langer alleen juridisch is. Regels bieden houvast, maar laten ruimte voor een eigen afweging. Juist daar ontstaat de spanning tussen partijdigheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het eigen geweten wint aan terrein, maar hoever zal dit gaan? De wereld wordt almaar complexer, net zoals de dilemma's voor advocaten; dilemma’s die vragen om heldere, uitlegbare keuzes die bovendien kunnen worden verantwoord. De weg daarnaartoe is echter lang.
-
https://www.advocatenblad.nl/2022/03/31/hoe-de-advocatuur-rusland-de-deur-wees/
-
https://nos.nl/collectie/13893/artikel/2419405-kaag-wil-extra-sancties-trustkantoren-grote-gevolgen-voor-zuidas
-
https://nos.nl/collectie/13893/artikel/2419354-orde-van-advocaten-waarschuwt-omzeilen-sancties-is-onwettige-activiteit
-
https://nos.nl/collectie/13893/artikel/2419354-orde-van-advocaten-waarschuwt-omzeilen-sancties-is-onwettige-activiteit
-
https://www.mr-online.nl/nederlandse-advocaten-worstelen-met-russische-clienten-we-zijn-niet-op-aarde-voor-het-omzeilen-van-sancties/
-
Complicity, Christopher Kutz
-
Karl Jaspers, The question of German Guilt

