Hoofdsponsor

Geld als straf: is een geldboete wel voor iedereen even zwaar?

Voor het plegen van een strafbaar feit kan een geldboete worden opgelegd. Op het eerste gezicht lijkt dit een eenvoudige straf. Iedereen die hetzelfde feit pleegt, krijgt dezelfde boete. Maar betekent een gelijk bedrag ook een gelijke straf? Stel je voor: je bent CEO van een groot bedrijf en hebt een vermogen van enkele miljoenen euro’s. Op een avond fiets je naar huis en word je staande gehouden omdat je zonder licht fietst. Je krijgt een boete van 100 euro. Zou jij daar wakker van liggen? Waarschijnlijk niet. Voor iemand met een modaal inkomen met twee kinderen kan dit echter een flinke financiële tegenvaller zijn. Is een straf die in euro’s voor iedereen gelijk is, in werkelijkheid wel gelijkwaardig? 

De draagkracht van de verdachte

De geldboete is een van de straffen die de Nederlandse strafrechter kan opleggen. Artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) bepaalt dat de geldboete minimaal 3 euro bedraagt en maximaal 1,1 miljoen euro. Binnen deze grenzen heeft de rechter ruimte om de hoogte van de boete te bepalen. Daarbij speelt niet alleen de ernst van het strafbare feit een rol. (1) Artikel 24 Sr bepaalt dat bij de vaststelling van de geldboete rekening wordt gehouden met de draagkracht van de verdachte, voor zover dat nodig is om tot een passende bestraffing te komen zonder dat de verdachte onevenredig wordt getroffen. De wet erkent daarmee dat 100 euro niet voor iedere verdachte dezelfde betekenis heeft. 

Toch werkt Nederland niet met een systeem waarbij de hoogte van iedere geldboete automatisch wordt berekend als percentage van het inkomen of vermogen. De ernst van het strafbare feit blijft het uitgangspunt. (2) De financiële situatie van de verdachte is een van de omstandigheden die de rechter bij de straftoemeting kan betrekken, maar deze is niet direct doorslaggevend. Daar ontstaat een interessante spanning met het gelijkheidsbeginsel. Twee personen die hetzelfde strafbare feit plegen, kunnen exact dezelfde geldboete opgelegd krijgen. Formeel zijn zij dan gelijk behandeld. Materieel kan het effect echter totaal verschillend zijn. Stel dat een student en een miljonair beide een boete van 2.500 euro moeten betalen. Voor de student kan dit betekenen dat hij maandenlang moet bezuinigen. Voor de miljonair heeft dit bedrag nauwelijks gevolgen. Moet de miljonair daarom een hogere boete krijgen? Het Nederlandse strafrecht zegt niet simpelweg: hoe rijker de verdachte, hoe hoger de boete. De rechter moet de omstandigheden van het individuele geval afwegen. Daarbij kan draagkracht een rol spelen, maar de financiële situatie mag niet leiden tot een volledig andere beoordeling van de ernst van het strafbare feit. 

Draagkracht in de praktijk

De discussie of een geldboete altijd een gelijkwaardige straf is, is ook terug te vinden in de rechtspraak. In 2025 publiceerde het parket bij de Hoge Raad een conclusie over een uitspraak van het hof waarin een verdachte was veroordeeld tot onder meer een geldboete van 150.000 euro. (3) De verdediging had aangevoerd dat de verdachte nauwelijks draagkracht had. Zijn onderneming was verloren gegaan, zijn woning was executoriaal verkocht, hij was werkloos en hij had schulden. Desondanks legde het hof een geldboete van 150.000 euro op. Volgens de conclusie van het parket bij de Hoge Raad was onvoldoende inzichtelijk gemaakt waarom deze hoge boete, gezien de financiële situatie van de verdachte, toch passend was. Deze zaak laat zien dat draagkracht geen vrijblijvend detail is. Wanneer een verdachte gemotiveerd aanvoert dat hij een hoge geldboete niet kan betalen, moet de rechter inzichtelijk maken hoe daarmee rekening is gehouden. Dat is begrijpelijk, want een straf moet naast juridisch passend ook proportioneel zijn. Een geldboete die iemand onmogelijk kan betalen, kan immers heel andere gevolgen hebben dan een boete die zonder problemen kan worden voldaan. 

Een mogelijk alternatief is een systeem waarbij de hoogte van de geldboete sterker wordt gekoppeld aan het inkomen of vermogen van de verdachte. In sommige Europese landen, zoals Zwitserland, Finland en Duitsland, wordt er gewerkt met een zogenoemd ‘day-fine-systeem’. (4)  Daarbij wordt eerst gekeken naar de ernst van het strafbare feit en het aantal ‘boetedagen’ dat daarbij past. Vervolgens wordt de waarde van één dag bepaald aan de hand van de financiële draagkracht van de veroordeelde. Het voordeel hiervan is dat de financiële impact van de straf voor verschillende personen evenwichtiger wordt. Een vermogende verdachte betaalt dan voor hetzelfde feit meer dan iemand met een laag inkomen. 

Zo’n systeem roept wel nieuwe vragen op. Wat telt precies als vermogen? Moet er worden gekeken naar inkomen, spaargeld, aandelen of de waarde van een onderneming? Wat als iemand een hoog inkomen heeft, maar tegelijkertijd hoge noodzakelijke lasten? Bovendien kan het vreemd voelen wanneer twee personen hetzelfde strafbare feit plegen, maar vanwege hun financiële situatie verschillende bedragen moeten betalen. Je zou kunnen zeggen dat daarmee juist wordt afgeweken van het uitgangspunt dat iedereen voor hetzelfde feit gelijk wordt behandeld. Daar staat tegenover dat een formeel gelijke straf niet noodzakelijk een materieel gelijke straf oplevert.

Een straf die daadwerkelijk raakt

De discussie over geldboetes gaat uiteindelijk over de vraag wat een straf moet bereiken. Een straf dient onder meer als vergelding, maar kan ook afschrikken en duidelijk maken dat bepaald gedrag niet wordt geaccepteerd. Bij een geldboete kan de afschrikkende werking afhankelijk van de draagkracht verschillen per persoon. Het is interessant dat het Nederlandse strafrecht al rekening houdt met draagkracht. Het laat zien dat de wetgever erkent dat financiële ongelijkheid gevolgen kan hebben voor de manier waarop een straf wordt ervaren. Toch blijft de vraag bestaan of dat voldoende is. Wanneer twee mensen hetzelfde strafbare feit plegen, en de één maandenlang de gevolgen van een boete voelt terwijl de ander deze zonder problemen betaalt, zijn zij dan daadwerkelijk gelijk bestraft?

Misschien moet bij een geldboete daarom meer nadruk worden gelegd op de betekenis van dat bedrag voor de persoon die het moet betalen. Een boete van 1.000 euro is immers voor iedereen hetzelfde bedrag, maar niet voor iedereen dezelfde straf.

(1) https://www.rechtspraak.nl/organisatie-en-contact/rechtsgebieden/strafrecht/straffen-en-maatregelen 

(2) https://www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/strafrecht/orientatiepunten-voor-straftoemeting 

(3) ECLI:NL:PHR:2025:1119

(4) https://lawreview.uchicago.edu/print-archive/constitutionality-income-based-fines

Verenigingenweb
Cancel